Stadsrekening 2016
PCPortal

Zorg en Welzijn
De overkomst van de nieuwe taken is in 2016 definitief afgerond. De gebiedsgerichte structuur voor ondersteuning en participatie met de Stips en Sociaal Wijkteams staat. In 2016 hebben we deze gebiedsgerichte structuur verder uitgebouwd en versterkt. Het vormt een brede basis van voorzieningen en activiteiten voor inloop, ontmoeting, informatie & advies, vrijwillige ondersteuning, gemaksdiensten, vervoer, opvoedondersteuning, gezonde leefstijl, enzovoort. De Stips en Sociaal Wijkteams hebben zich ontwikkeld tot een belangrijke schakel tussen inwoners en tot een verbinding tussen de verschillende vormen van zorg en ondersteuning, van algemeen en vrijwillig tot gespecialiseerd en professioneel. Dit succes had echter ook een keerzijde. In de eerste helft van 2016 bleek dat wachtlijsten en werkvoorraden, ondanks de enorme inzet van vrijwilligers en professionals, op liepen. Er is daarom tijdelijk extra formatie toegevoegd aan de Stips en de SWT's. Ook zijn er maatregelen genomen om de doorstroom te verbeteren. Op basis van de resultaten van de tweede helft 2016 en de eerste helft 2017 wordt bekeken wat er structureel nodig is. Na afsluiting van het vierde kwartaal bleken de wachtlijsten ondanks alle extra inspanningen toch toegenomen, hierop wordt in 2017 gericht actie ondernomen.
Het afgelopen jaar hebben wij de eerste stappen gezet  in de transformatie; de meerwaarde die de bedoeling is van deze grote stelselwijziging. In onze visie is dat mensen zo veel mogelijk in hun kracht zetten en betere ondersteuning: dichtbij, lichter en dus meer waar voor minder geld. De transformatie  is echter een complex proces dat tijd nodig heeft.  Een proces dat vraagt om innovatie en investeringen waarbij de kost soms voor de baat uitgaat. De diverse maatschappelijke businesscases laten zien dat het loont, met niet alleen effect op het zorgdomein, maar ook op aanpalende terreinen als werk en inkomen, onderwijs en veiligheid. 

Veel mensen in onze stad verrichten vrijwilligerswerk. Inzet die wij willen aanmoedigen door deze te waarderen en  ondersteunen. In 2016 hebben wij daarom het nieuwe vrijwilligersbeleid geïmplementeerd. Zo is er nu bijvoorbeeld een fonds om vrijwilligersinitiatieven middels kleine budgetten te ondersteunen bij de waardering en werving van vrijwilligers. Ook hebben wij extra maatjesprojecten gefaciliteerd. De vier welzijnsorganisaties werken steeds meer samen. Dit gaat zelfs zover dat de organisaties samengaan in twee nieuwe organisaties: NIM en Swon tot een 1e lijns welzijnsorganisatie en Tandem en het Inter-Lokaal tot een 0-de lijns welzijnsorganisatie.  Daarnaast hebben we in de nieuwe overeenkomst afspraken gemaakt over een nieuwe werkwijze met onder meer de Sociaal Wijkteams en Stips.

De hulp bij het huishouden hebben we omgezet naar dienstverlening die gericht is op resultaat: het leveren van een schoon en leefbaar huis. Deze werkwijze en de nieuwe aanbesteding heeft ertoe geleid dat het resultaat voorop is komen te staan en er daarnaast een bredere keuze uit aanbieders is.
Het afgelopen jaar hebben we verder geïnvesteerd in een preventief jeugdbeleid. In de nieuwe afspraken met GGD en W2 over opvoedondersteuning hebben we aangestuurd op een laagdrempelig aanbod dat wijk- en vraaggericht wordt ingezet. Samen met het onderwijs en kinderopvang (zie ook hieronder) werken we meer vindplaatsgericht en zetten wij ambulante jeugdhulp in: kinderen worden eerder gezien en geholpen waardoor zij later geen/minder een beroep doen op (zware) jeugdhulp.  Het cliëntervaringsonderzoek jeugd en WMO laat over de hele breedte een positief beeld zien, zowel bij cliënten Wmo (incl. ouders) als de jeugdhulp.
We hebben een start gemaakt met de afschaling naar lichtere zorg als alternatief voor de zwaardere) jeugdzorg (mits verantwoord en mogelijk). De gesprekken die wij hierover hebben gevoerd met de instellingen waren erg waardevol. We hebben knelpunten voor jongeren met een jeugdhulpachtergrond tussen 17 en 23 jaar in beeld gebracht en oplossingsrichtingen/verbetertrajecten benoemd waarmee we komende jaar aan de slag gaan.  

Jeugd en veiligheid was in 2016 een specifiek thema. De hulpverlening aan gezinnen met veiligheidsproblematiek bieden we nog meer wijkgericht aan, waarbij ook meer de zelfregie en zelfoplossend vermogen centraal staan. Tegelijkertijd trekken we een grens als de veiligheid voor kinderen niet meer gewaarborgd kan worden. We hebben een verdrievoudiging gezien van het aantal meldingen kindermishandeling. Positief: burgers en professionals weten Veilig thuis steeds beter te vinden en de problematiek komt beter in beeld. Tegelijkertijd zorgde deze toestroom en andere randvoorwaardelijke zaken voor een moeizame start van Veilig Thuis en dat wachtlijsten onaanvaardbaar opliepen. Dit heeft er ook toe geleid dat Veilig Thuis onder verscherpt toezicht is komen te staan. In 2016 hebben we daarom de nodige investeringen gedaan in zowel het lokale veld als Veilig Thuis. Ons streven is  dat in 2017 Veilig Thuis zal uitgroeien naar een stabiele en kwalitatief sterke organisatie die is toegerust op haar taken.

Op het terrein van maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn we gestart met de voorbereiding van het meerjarig beleidsplan opvang en beschermd wonen. Inclusiviteit en normalisering staan centraal. De grote opgave is ambulantisering. Ambulante begeleiding gericht op herstel en zelfregie van de cliënt. Dit kan door het realiseren van nieuwe woonvormen en door eerder de juiste hulp in te zetten. In 2016 hebben we enkele pilots ontwikkeld die in 2017 vorm zullen krijgen. De landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen hebben wij geborgd door het meewerken aan en het afsluiten van een convenant dat is ondertekend door alle centrumgemeenten. Mensen worden door gemeenten niet meer van het kastje naar de muur gestuurd.

Wij zijn verantwoordelijk geworden voor de nieuwe Jeugdwet en extra Wmo taken. Onze verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning en het borgen van een goede kwaliteit daarvan is verder toegenomen. Hier moeten we ook toezicht op houden en waar nodig handhaven. Het afgelopen jaar hebben wij daarom een visie en uitvoeringsplan opgesteld en is een regionaal Meldpunt Signalen Zorg opgestart. In 2016 hebben wij in dit kader diverse kwaliteitsonderzoeken en rechtmatigheidsonderzoeken uitgevoerd op zorgaanbiedersniveau.
De aanpak verhoogde instroom vluchtelingen hebben wij verder vormgegeven. De Raad heeft het beleidsplan “aanpak verhoogde instroom vluchtelingen “ in maart aangenomen. De opvang in Heumensoord was deels in 2016 nog open. Aansluitend hierop hebben wij plannen gemaakt met het COA voor een tijdelijke noodopvang in het voormalig belastingkantoor. De verhoogde taakstelling huisvesting statushouders hebben wij mede dankzij de goede samenwerking met de corporaties ruim gehaald.  

Onderwijs en zorg
In Nijmegen willen we dat alle kinderen de kans krijgen om hun talenten zo volledig mogelijk te benutten. Het is ons streven om elk kind een rijke ontwikkelomgeving te bieden waar zij zich spelenderwijs kunnen ontwikkelen, waar aandacht is voor ieders niveau, talenten, tempo en leerstijl. Daar waar kinderen extra ondersteuning of zorg nodig zetten we deze, in samenwerking met onze partners, in. We gaan hierbij uit van zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk doen wat nodig is. We leggen nadruk op preventie en vroeg signalering. Op deze manier proberen we te voorkomen dat problematiek escaleert en kinderen een grotere ondersteunings/zorgvraag krijgen. De verschillende maatschappelijke business cases die wij hebben laten uitvoeren in 2016 tonen aan dat door een preventieve aanpak, schooluitval kan worden verminderd en zwaardere zorg kan worden voorkomen. aansluiting tussen onderwijs en zorg is daarbij van groot belang. In 2016 hebben wij daarom een start gemaakt voor het opstellen van een convenant met concrete afspraken over de afstemming tussen onderwijs en zorg.

Vanuit onze leerplichttaken zijn we, in samenwerking met de onderwijs samenwerkingsverbanden en zorg, preventiever gaan werken. Hierdoor is er meer zicht gekomen op knelpunten rondom passend onderwijs en thuiszitters en zijn er oplossingen geformuleerd en in gang gezet. Ketenpartners weten elkaar steeds beter te vinden, maar integraliteit blijft een aandachtspunt. In een aantal gevallen zit wet- en regelgeving en bijhorende geldstromen een passende oplossing in de weg. Daar waar wij signalen oppikken dat ouders en/of leerlingen hinder ondervinden van de afstemming of beschikbaarheid van onderwijs en zorg gaan wij met de verantwoordelijke hierover in gesprek. Op casusniveau hebben contractmanagers van het Regionaal Ondersteuningsbureau (ROB) aan de zorgkant doorzettingsmacht bij de inzet van Jeugdhulp in gevallen waar het samenwerkingsverband en Sociale Wijkteams er niet in slagen te komen tot een integraal onderwijszorgarrangement. In dit kader hebben wij ons ook aangesloten bij het landelijke thuiszitterspact. Dit heeft tot doel dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en zorg.

Vanuit het onderwijsveld zijn aan de  gemeenten uitgangspunten meegegeven over de inkoop van Wmo en Jeugdhulp in 2017. Dit heeft er toe geleid dat er afspraken zijn gemaakt over het inzetten en aansluiten van ambulante zorg op school. Ook heeft het samenwerkingsverband primair onderwijs mee gedacht in het aanbesteden van de dyslexiezorg, waardoor ook deze beter aansluit bij de wensen van het onderwijs en het verbeteren van het leesonderwijs.

De School Als Vindplaats (DSAV) ofwel 2e lijns jeugdhulp op school is een innovatieproject gericht op vroeginterventie dat in het kader van de transformatie van de jeugdzorg in  2015 en 2016 is opgestart, de uitrol naar het V(S)O loopt nog. De gemeente Nijmegen continueert in 2017 de inzet van deze tweedelijns specialisten op alle PO en SO scholen. Deze specialisten zijn toegerust om problematiek bij leerlingen te signaleren, kortdurende systeemgerichte interventies uit te voeren, snel passende zorg te organiseren wanneer dit nodig is en kennis over te dragen. Het project EIF migrantenjeugd is onderdeel geworden van deze 2e lijns jeugdhulp op school.

Ook in de kinderopvang gaan we uit van zo laagdrempelig en dichtbij mogelijke kinderopvang. Daar waar kinderen extra zorg of ondersteuning nodig hebben zetten we deze in op reguliere kinderdagverblijven. Er blijven echter kinderen met een intensieve ondersteuningsvraag die tijdelijk meer ondersteuning nodig hebben dan dat de reguliere kinderopvang en ambulante ondersteuning kan bieden. Hiervoor richten we aparte groepen in, waarin nauw samen wordt gewerkt met partners uit de zorg, onderwijs en kinderopvang.

Armoede en schulden
Het afgelopen jaar hebben we ons volop ingezet om financiële problemen bij Nijmegenaren te voorkomen en waar nodig zoveel mogelijk op te lossen. Dit hebben we onder andere gedaan door (bijzondere) bijstand te verstrekken, inkomensaanvullende maatregelen te treffen, de inzet van de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering (CAZ) voor minima, de uitvoering van de Meedoenregeling, het project Vroegsignalering van schulden, F!X budgetbeheer en budgetcoaching, het Kinderfonds (sport-, cultuur- en schoolbijdragen voor kinderen die opgroeien in armoede) uitgevoerd door Stichting Leergeld, de Formulierenbrigade, Papierwinkel, Postadressen en Stabilisatietrajecten door het Inter-lokaal, de inzet van de Kleding- en Voedselbank, de re-integratietrajecten bij het Regionaal Werkbedrijf en de saneringstrajecten bij Bureau Schuldhulpverlening. Naast de reguliere uitgebreide aanpak op het gebied van werk en inkomen hebben we het afgelopen jaar uitvoering gegeven aan het Aanvalsplan Armoede en Schulden. Dit heeft gezorgd voor een extra impuls. We zijn er dan ook trots op dat we ondanks de impact van de financiële crisis, de oplopende werkloosheid en de Rijksbezuinigingen op het sociaal domein in 2016 weer meer kwetsbare Nijmegenaren hebben ondersteund. Dit hebben we niet alleen gedaan, maar in goede samenwerking met alle partijen in de keten, zoals vrijwilligersorganisaties, welzijnsinstellingen, bewindvoerders en particuliere fondsen. Belangrijke principes voor het komende jaar zijn preventie voor curatie, focus op participatie en meer maatwerk in de wijken.