Stadsrekening 2016
PCPortal

Maatwerkvoorzieningen

Begroting 2016
na wijziging

Rekening 2016

       Verschil

* € 1.000,-

Financiële lasten per product

61092   Huishoudelijk verzorging WMO

11.064

9.237

1.827

61132   Vervoersvoorzieningen

0

0

0

61190   Mut.res. Z&W

2.091

2.091

0

61296   Ambulante trajecten volwassenen

6.863

9.550

-2.687

61297   Ontwikkelingsgerichte dagbesteding

1.998

1.896

102

61298   Arbeidsmatige dagbesteding

2.056

986

1.070

61300   Hulpmiddelen

5.824

4.156

1.668

61301   PGB maatwerk voorzieningen

5.803

4.506

1.296

61303   Kwaliteit en uitvoering

4.621

4.666

-45

Totaal lasten product

40.319

37.088

3.232

Financiële baten per product

61092   Huishoudelijk verzorging WMO

-8

-48

40

61190   Mut.res. Z&W

-1.337

-1.337

0

61300   Hulpmiddelen

-104

-110

6

61302   Eigen bijdragen

-2.981

-2.423

-558

Totaal baten product

-4.431

-3.919

-512

V=voordeel; N=nadeel

Het product Maatwerkvoorzieningen sluit het jaar 2016 af met een positief resultaat van  € 2.720 miljoen.  De belangrijkste afwijkingen worden hieronder toegelicht:
Op de decentralisatietaak Wmo is per saldo (L/B) een nadeel gerealiseerd van € 1.066.000. Dit nadeel is opgebouwd uit de volgende componenten:
- nadeel van € 2.687.000 op Ambulante trajecten (begeleiding) Zorg in Natura;
- voordeel van € 102.000 op Dagbesteding Zorg in Natura;
- voordeel van € 449.000 op de persoonsgebonden budgetten (PGB) begeleiding en dagbesteding(SVB);
Het betreft hier nog een voorlopig resultaat. Er zijn nog enkele zorgaanbieders (ZIN) die hun productie over het jaar 2016 moeten verantwoorden. Daarnaast baseren we de uitgaven van de PGB vooralsnog op de prognosetool van de SVB; budgethouders met een PGB kunnen nog tot en met maart 2017 declaraties indienen van hun budget 2016.
- voordeel van € 1.070.000 op Arbeidsmatige dagbesteding
Het aantal ingevulde plekken op arbeidsmatige dagbesteding via het Werkbedrijf blijft achter bij de verwachtingen.

Op de klassieke Wmo-taken (Huishoudelijke Hulp en Hulpmiddelen) is een voordeel gerealiseerd van € 3.785.000. Dit voordeel is opgebouwd uit de volgende componenten:
- voordeel op Huishoudelijke verzorging van € 1.827.000
Dit positieve resultaat wordt veroorzaakt door een incidenteel voordeel van € 1,4 miljoen op de tijdelijke regeling Huishoudelijke Hulp Toelage. Evenals in 2015 is deze regeling sterk onderbenut. Op de 'reguliere' Huishoudelijk Hulp is sprake een voordeel van € 0,4 miljoen. Dit heeft te maken met een daling van het aantal uren. Daarnaast zijn we vanaf 1 juni 2016 overgestapt op een andere werkwijze die met ingang van 2017 volledig is ingevoerd. De hulp bij het huishouden is niet meer gebaseerd op een standaard aantal uren, maar een persoonlijk plan van aanpak voor een schoon en leefbaar huis. Hierin is niet het aantal uren maar het resultaat leidend. Het nieuwe periode tarief is gebaseerd op een hoger uurtarief en een lager gemiddeld aantal uren waarvoor op cliënt niveau resultaatgericht maatwerk wordt geleverd.
 - voordeel van € 1.668.000 op Hulpmiddelen
Dit positieve resultaat heeft te maken met de overgang van koop naar huur van nieuwe hulpmiddelen. De kosten van het huurbestand zullen echter weer langzaam oplopen afhankelijk van het aantal herverstrekkingen in het lopende koopbestand. Ten opzichte van 2015 zien we bij rolstoelen en scootmobiels weer een lichte stijging van de uitgaven. Een andere verklaring voor dit voordeel is de wijziging in de vervoerssystematiek die in 2016 is geëffectueerd. De forfaitaire vervoerskostenvergoeding, die volgens de nieuwe Wmo niet meer was toegestaan, heeft plaatsgemaakt voor een Breng-abonnement en/of een kortingspas voor de regiotaxi en in een aantal gevallen voor een maatwerkoplossing. Tevens is per 1 september 2016 het regionale doelgroepenvervoer Arnhem-Nijmegen gestart, waardoor de uitgaven nog beperkt waren.
- voordeel van € 848.000 op de persoonsgebonden budgetten (PGB) voor huishoudelijke hulp (SVB)
Dit voordeel is gebaseerd op de prognosetool van de SVB; budgethouders met een PGB kunnen nog tot en met maart 2017 declaraties indienen van hun budget 2016.
- nadeel van € 558.000 door lagere eigen bijdragen (CAK)
De opbrengsten uit eigen bijdragen zijn in 2016 drastisch gedaald. We baseren ons hierbij op het onderscheid dat het CAK maakt in de afdrachten aan de gemeenten tussen Wmo en Wmo Beschermd Wonen. Een moge;lijke verklaring voor de daling is dat geen eigen bijdrage voor de klassieke Wmo (huishoudelijke hulp en hulpmiddelen) verschuldigd is indien er sprake is van een samenloop met een eigen bijdrage in het kader van de Wlz of beschermd wonen.