Stadsrekening 2016
PCPortal

Rekening 2016

Baten

Lasten

Bedragen x 1 mln

€ 0,8

€ 2,3

€ 3,9

€ 37,1

€ 11,7

€ 55,0

€ 0,1

€ 7,0

€ 1,3

€ 18,5

Totaal

€ 21,6

€ 187,5

Zorg en Welzijn

Begroting 2016
na wijziging

Rekening 2016

       Verschil

* € 1.000,-

Financiële lasten per programma

Diversiteit

2.478

2.278

199

Maatwerkvoorzieningen

40.319

37.088

3.232

Jeugd

54.448

55.003

-556

Opvang en beschermd wonen

69.230

67.607

1.622

Publieke Gezondheid

7.092

7.037

55

Welzijn

18.835

18.461

374

Totaal lasten programma

192.401

187.475

4.927

Financiële baten per programma

Diversiteit

-664

-760

96

Maatwerkvoorzieningen

-4.431

-3.919

-512

Jeugd

-11.507

-11.706

198

Opvang en beschermd wonen

-3.837

-3.755

-82

Publieke Gezondheid

-94

-150

56

Welzijn

-1.337

-1.306

-32

Totaal baten programma

-21.870

-21.594

-275

V=voordeel; N=nadeel

Saldo van baten en lasten

Begroting 2016 na wijziging

Rekening 2016

minder / meer
uitgegeven

1,8

1,5

€ 0,3

35,9

33,2

€ 2,7

42,9

43,3

€ 0,4

7,0

6,9

€ 0,1

17,5

17,2

€ 0,3

Totaal

170,5

165,9

€ 4,7

Aan het programma Zorg en Welzijn geven we per saldo € 165,8 miljoen uit. Het grootste deel van het beschikbare budget is ingezet voor de producten Opvang en Beschermd Wonen (39%), Jeugd (26%) en Maatwerkvoorzieningen (20%). Ten opzichte van de begroting is er € 4,7 miljoen minder uitgegeven. Uitgedrukt als percentage van de begroting komt dit neer op een afwijking van 2,7%.
We realiseren een voordeel van € 3,8 miljoen op de klassieke Wmo-taken. De decentralisatietaken Jeugd, Wmo en Wmo Beschermd Wonen leiden tot een nadeel van € 0,1 miljoen en op de overige voorzieningen is het voordeel € 1,0 miljoen. Het positieve resultaat op het programma lichten we hieronder op hoofdlijnen toe.

De decentralisaties Wmo en Jeugd
Op de genoemde decentralisatieopgaven hebben we in 2016 per saldo een nadelig resultaat behaald van € 0,1 miljoen. Hieronder geven we per decentralisatieopgave een korte toelichting:
Op de decentralisatietaak Wmo is het nadeel € 0,7 miljoen. Dit voordeel is veroorzaakt door lagere uitgaven aan arbeidsmatige dagbesteding (€ 1,1 miljoen), de persoonsgebonden budgetten (PGB, € 0,5 miljoen) en het mantelzorgcompliment (€ 0,3 miljoen). Daar tegenover staan hogere uitgaven aan begeleiding en ontwikkelingsgerichte dagbesteding (€ 2,6 miljoen nadeel).
Op de decentralisatietaak Wmo Beschermd Wonen is per saldo een voordeel ontstaan van € 1,3 miljoen. Het voordelige resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan de lagere uitgaven op de zorgkosten (Zorg in Natura en PGB). Dit levert per saldo een voordeel op van € 1,4 miljoen. Daarentegen hebben we een nadelig resultaat behaald van € 0,1 miljoen op de post 'eigen bijdragen'; we hebben van het CAK minder baten uit eigen bijdragen van cliënten ontvangen.
Tenslotte is op de decentralisatietaak Jeugdzorg een nadelig resultaat behaald van € 0,6 miljoen. Dit komt een overschrijding op de uitgaven voor residentiële zorg, ambulante trajecten en dagbesteding.
 
Klassieke Wmo-taken (Huishoudelijke Hulp en Hulpmiddelen)
Op de klassieke Wmo-taken is een voordeel gerealiseerd van € 3,8 miljoen. Dit voordeel is opgebouwd uit vier componenten:
Op de Huishoudelijke verzorging is het voordeel € 1,8 miljoen. Dit positieve resultaat wordt veroorzaakt door een incidenteel voordeel van € 1,4 miljoen op de tijdelijke regeling Huishoudelijke Hulp Toelage. Evenals in 2015 is deze regeling sterk onderbenut. Op de 'reguliere' Huishoudelijke Hulp is sprake een voordeel van € 0,4 miljoen. Dit heeft te maken met een daling van het aantal uren. Daarnaast zijn we sinds 1 juni 2016 overgestapt op een andere werkwijze, die vanaf 2017 volledig is ingevoerd. De hulp bij het huishouden is niet meer gebaseerd op een standaard aantal uren, maar een persoonlijk plan van aanpak voor een schoon en leefbaar huis. Hierin is niet het aantal uren maar het resultaat leidend.  
Op Hulpmiddelen is het voordeel € 1,7 miljoen. Dit positieve resultaat heeft te maken met de overgang van koop naar huur van nieuwe hulpmiddelen. De kosten van het huurbestand lopen echter weer langzaam op afhankelijk van het aantal herverstrekkingen in het lopende koopbestand. Ten opzichte van 2015 zien we weer een lichte stijging van deze uitgaven. Een andere verklaring voor dit voordeel is de wijziging in de vervoerssystematiek die in 2016 is geëffectueerd. De forfaitaire vervoerskostenvergoeding, die volgens de nieuwe Wmo niet meer was toegestaan, heeft plaatsgemaakt voor een Breng-abonnement en/of een kortingspas voor de regiotaxi en in een aantal gevallen voor een maatwerkoplossing. Tevens is per 1 september 2016 het regionale doelgroepenvervoer Arnhem-Nijmegen gestart, waardoor de uitgaven nog beperkt waren.
Het voordeel op de persoonsgebonden budgetten (PGB) voor huishoudelijke hulp is € 0,9 miljoen. Dit voordeel is gebaseerd op de prognosetool van de SVB; budgethouders met een PGB kunnen nog tot en met maart 2017 declaraties indienen over hun budget 2016.
Daarnaast is er sprake van een nadeel van € 0,6 miljoen door lagere opbrengsten uit eigen bijdragen (CAK). De opbrengsten uit eigen bijdragen zijn in 2016 fors gedaald. We baseren ons hierbij op het onderscheid dat het CAK maakt in de afdrachten aan de gemeenten tussen Wmo en Wmo Beschermd Wonen.

Overige voorzieningen
Op overige voorzieningen hebben we een positief resultaat behaald van € 1,0 miljoen.
Op de centrumfunctie (regionaal) Vrouwenopvang en huiselijk geweld (product Opvang en Beschermd Wonen) is het voordeel € 0,3 miljoen. Dit voordeel dienen we -conform regionale afspraken en het regionale karakter van de Rijksmiddelen- toe te voegen aan de bestemmingsreserve Wmo beschermd wonen.
Op het product Diversiteit is sprake van een voordeel van € 0,3 miljoen. Dit heeft enerzijds te maken met een voordeel op de lasten doordat de projectkosten voor het huisvesten van de statushouders lager zijn uitgevallen, ondanks het realiseren van de huisvestingstaakstelling van 432 statushouders. Anderzijds hebben we via het COA een hogere Rijksbijdrage ontvangen voor de 'participatieverklaring en maatschappelijke begeleiding' van volwassen statushouders. Er zijn in 2016 meer volwassen statushouders begeleid dan in de begroting rekening mee was gehouden.
Op het preventief Jeugdbeleid realiseren we een voordeel van € 0,2 miljoen door onder andere een incidentele meevaller op de afrekening van de subsidiebijdrage Regionale Sociale Agenda (RSA2). Tenslotte laat het product Publieke gezondheid een voordeel zien van € 0,1 miljoen dat is toe te schrijven aan hogere baten aan compensabele btw en lagere subsidie-uitgaven.

Bij de Slotwijziging hebben we een bandbreedte aangegeven voor het resultaat 2016. De verwachting was dat het resultaat zou liggen tussen een voordeel van  € 1,2  miljoen en € 4,7 miljoen. Het jaarresultaat van € 4,7 miljoen ligt binnen de bandbreedte van de prognose bij de Slotwijziging.

Binnen het programma Zorg en Welzijn hebben we de bestemmingsreserves Wmo-Jeugd en Wmo Beschermd Wonen. Deze bestemmingsreserves zijn bedoeld voor het ondersteunen van het transformatieproces in de zorg (maatschappelijke businesscases) en het opvangen van knelpunten en risico’s binnen het programma. De geactualiseerde risico’s voor het programma Zorg en Welzijn hebben een meerjarig karakter en hebben niet slechts betrekking op het jaar 2017. Zo zijn er voor de centrumgemeentetaak Wmo Beschermd Wonen specifieke risico’s met een hoge financiële impact, die zich pas voordoen vanaf 2018 (risico ‘instroom cliënten met een behandelindicatie’ en risico ‘afbouw van behandelplaatsen GGZ’). Om knelpunten en risico’s op te vangen en het transformatieproces in de zorg te ondersteunen, storten we het programmaoverschot bij Zorg & Welzijn in de bestemmingsreserves Wmo-Jeugd en Wmo Beschermd Wonen. Dit conform afspraken in het Coalitieakkoord.