Stadsrekening 2016
PCPortal

Indicatoren

Realisatie 2015

Doelstelling 2016

Realisatie 2016

Energiebesparing stad t.o.v. 2008 (gebouwde omgeving)

16,7%

 14,5%

Megawatt/h duurzame energieopwekking

192.118

 204.000

236.171

Energiebesparing eigen organisatie t.o.v. 2008

14,3%

 13,5%

% corporatiewoningen met een energielabel B of beter

32%

 70%

37%

Aantal particuliere woningen energiezuiniger door Energieaanpak

2.372

 vervalt

2.867

% dat in de woonbuurt vaak of soms geluidsoverlast door wegverkeer ervaart

24%

< 21%

24%

% dat in de woonbuurt vaak of soms stankoverlast ervaart

24%

< 20%

24%

Aantal km wegvak met overschrijding grenswaarde stikstofdioxide (NO2)

0km

 0km

0km

% tevredenheid over groen en water

69%

 72%

69%

Afname woonareaal zonder 0,5 hectare aaneengesloten groen en water binnen 300 meter

33%

 66%

50%

Stabiele restlevensduur rioolstelsel

0%

 0%

-0,7%

Toelichting
- De energiecijfers van het stedelijk verbruik (indicator 1) en van de eigen organisatie (indicator 3) zijn nog niet bekend. Deze volgen in het tweede kwartaal van 2017.

- Het gaat hierbij om een benadering op basis van opgesteld duurzaam energiepotentieel. Maw we kunnen dit niet meten, het is dus een schatting op basis van best beschikbare bronnen.
De verklaring is dat de toename van Duurzame Energie  in de praktijk niet gelijkmatig  gaat  maar schoksgewijs.  Bijvoorbeeld door  ingebruikname warmtenet of realisatie windturbines krijg je er ineens een flinke hap bij.  Deze ontwikkelingen  icm de snelle toename van het aandeel zonne-energie (o.a. zonnepark ENGIE) vormen de voornaamste verklaring voor de forse toename. De prognose (doelen) is gebaseerd op een model dat wel uitgaat van een gelijkmatige groei. Zo kan et zin dat het resultaat in een jaar ineens fors stijgt t.o.v. het tussendoel.
Dat betekent niet dat we er zijn: of we de gestelde doelen in 2020 halen hangt ervan af of de investeringen in nieuwe grootschalige installaties (biomassa, zon en wind)  gedaan kunnen worden en voor 2020 operationeel zijn.

- In het coalitieakkoord 2014-2018 is de ambitie opgenomen om samen met de woningcorporaties te bereiken, dat alle sociale huurwoningen binnen deze Raadsperiode minimaal energielabel B krijgen. Deze ambitie bleek financieel en organisatorisch niet realistisch te zijn. Samen hebben we een aangepaste ambitie geformuleerd: alle sociale huurwoningen op een gemiddeld energielabel B in 2018 (Woonvisie, januari 2016). Dit betekent een versnelling van twee jaar van de huidige landelijke doelstelling. De indicator gaan we hierop aanpassen. In december 2016 zijn de prestatieafspraken met de corporaties ondertekend.

- De doelstelling mbt aantal particuliere woningen energiezuiniger door Energieaanpak is per 1 januari 2016 vervallen, omdat toen de regeling stopgezet is en er geen aanvragen meer gedaan konden worden.  De uitvoering van de regeling liep nog wel door in 2016 en daarmee is het eindtotaal op 2867 woningen gekomen.

- Het aandeel Nijmegenaren dat tevreden is over het groen in de woonbuurt is de afgelopen jaren weinig veranderd (69%). Wel zien we een verschuiving op stadsdeelniveau. In 2011 en 2013 was Oud-West het gebied waar men het minst tevreden was over de groenvoorzieningen in de buurt; in 2015 is dat Nijmegen-Noord (30% ontevreden, tegenover 13% gemiddeld). Nijmegen-Noord staat ook bovenaan voor het aandeel dat vindt dat er in de buurt te weinig groen is. In Oud-West is de tevredenheid over de kwaliteit en hoeveelheid van het groen in de buurt sinds 2013 toegenomen.
Bezoekers van het stadscentrum waarderen het groen in de binnenstad met een 6. Dat is hoger dan bij de vorige meting (5,6 in 2012), maar laag in verhouding tot de waardering voor andere aspecten van de binnenstad. Een reden kan zijn de slechte staat waarin het Valkhofpark momenteel verkeert.

- De afname van woonareaal zonder 0,5 hectare aaneengesloten groen en water binnen 300 meter zet zich door; volledig bereiken van de norm is in de bestaande stad afhankelijk van ruimtelijke kansen.   

- De indicator voor stabiele restlevensduur is met 0,7% gedaald. Dat betekent dat de restlevensduur licht gedaald is. We streven, over meerdere jaren gerekend, naar gelijkblijvende restlevensduur (0%). Over meerdere jaren beschouwd is de restlevensduur de afgelopen jaren vrijwel stabiel. Lichte variatie van jaar tot jaar is het gevolg van de berekeningswijze van deze indicator.”