Stadsrekening 2016
PCPortal

Resultaat

Saldo van baten en lasten

Bedragen x 1mln

Begroting 2016 na wijziging

Rekening 2016

minder / meer
uitgegeven

4,8

19,5

€ 14,7

170,5

165,9

€ 4,7

45,5

46,6

€ 1,0

-413,1

-413,4

€ 0,3

Overige Programma's

155,1

155,2

€ 0,1

Totaal

tekort 2,7

tekort 11,3

€ 8,7

Totaalbeeld

In de Stadsrekening gaat het financieel om de kosten en opbrengsten in het afgelopen jaar. Een uitzondering hierop zijn onze ruimtelijke ontwikkelingsplannen, zoals de Waalsprong en het Waalfront, waar we nu buffers moeten vormen voor verwachte verliezen in de toekomst. Om dit tijdig in beeld te krijgen stellen we vooruitlopend op de Stadsrekening een voortgangsrapportage (VGP) op. Doordat we onze ramingen positief konden bijstellen, hebben we eerder getroffen voorzieningen voor verwachte verliezen verlaagd. Het positieve resultaat uit het VGP (vastgesteld op 29 maart) van € 17 miljoen hebben we in de Stadsrekening gestort in onze saldireserve. Daardoor zien we het VGP-resultaat niet expliciet terug in bovenstaand programma- en jaarrekeningresultaat.

Bij de Slotwijziging gingen we nog uit van een tekort van € 2,7 miljoen, nadat bleek dat we onze uitkeringen niet volledig kunnen dekken uit het rijksbudget. Bij het opstellen van de Stadsrekening ontstond in eerste instantie een overschot, voornamelijk door forse meevallers bij Zorg en Welzijn. Deze meevallers waren wel al in beeld, maar nog onvoldoende bekend om de begroting hierop bij te stellen.

Bij de Waalsprong is recentelijk meer duidelijkheid over een aantal ontwikkelingen, waardoor we risico’s omzetten in een extra verliesvoorziening van € 13,8 miljoen. Er loopt een onderzoek naar het regionale aanbod bedrijventerreinen; in maart zijn de eerste resultaten verschenen. Vooruitlopend op de definitieve uitkomsten en te maken afspraken, is besloten de ontwikkeling van het terrein Ressen te beperken tot de eerste fase. De gronden van fase 2 krijgen nu een agrarische waarde. Aangevuld met extra juridische kosten van € 0,9 miljoen ontstaat bij het programma Grondbeleid – na verwerking van het VGP -  alsnog een nadeel van € 14,7 miljoen.

Door recente ontwikkelingen bij de Waalsprong ontstaat onderaan de streep toch een tekort over 2016 van € 11,3 miljoen.

Per programma
Bij Zorg en Welzijn zijn we voor onze ramingen sterk afhankelijk van een betrouwbare en tijdige aanlevering van informatie door onze zorgaanbieders. Bij de Slotwijziging hebben we een bandbreedte aangegeven voor het programmaresultaat over 2016. De verwachting was dat dit zou liggen tussen een nadeel van € 1,2 miljoen en een voordeel van € 4,7 miljoen. Omdat deze verwachting nog niet hard genoeg was, is dit toen nog niet in de cijfers opgenomen. Uiteindelijk is het programmaresultaat uitgekomen op € 4,7 miljoen (2,7%) positief. De meevallers liggen hoofdzakelijk op de klassieke Wmo-taken (€ 3,8 miljoen).  De decentralisatietaken Jeugd, Wmo en Beschermd Wonen leiden tot een nadeel (€ 0,1 miljoen), terwijl bij de overige voorzieningen een voordeel ontstaat van ongeveer € 1 miljoen. Ter ondersteuning van het transformatieproces in de zorg (maatschappelijke businesscases) en het opvangen van knelpunten en risico’s reserveren we het overschot bij Zorg & Welzijn van € 4,7 miljoen.

Aan Inkomen & Armoedebestrijding hebben we € 1,2 miljoen (3%) minder uitgegeven dan verwacht. Vóór de zomer werd duidelijk dat we bij het verstrekken van uitkeringen tekort kwamen op de verkregen rijksmiddelen. Hierop is bij de Zomernota een tekort geaccepteerd  (€ 4,3 miljoen) en heeft Nijmegen een beroep kunnen doen op de landelijke sleepnetregeling (€ 7,6 miljoen). Dit extra budget van € 12 miljoen is grotendeels nodig gebleken; wel viel het nadeel over 2016  € 0,6 miljoen lager uit.   
Daarnaast is bij de Zomernota eenmalig bijna € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor bijzondere bijstand voor statushouders. Omdat hiervan € 0,5 miljoen niet is besteed, conform verwachting bij de Slotwijziging, leidt dit tot een voordeel.

Aan Economie en Werk hebben we € 1,1 miljoen (2%) meer uitgegeven. Dit komt grotendeels door de kosten van de sociale werkvoorziening (SW), waarvoor we bij de Slotwijziging een winstwaarschuwing hebben afgegeven. Over 2016 komt het SW-deel van het Werkbedrijf uit op een tekort. In afwachting van de jaarrekening en definitieve afrekening van de MGR, hebben we het geschatte Nijmeegse aandeel van € 1,7 miljoen verwerkt in het resultaat over 2016. Daarentegen leidt de liquidatie van de gemeenschappelijke regeling Breed – die tot 1 januari 2016 de sociale werkvoorziening verzorgde - tot een positief liquidatiesaldo voor Nijmegen van  € 1,0 miljoen.

Stedelijke ontwikkeling sluit met een voordeel van € 1 miljoen door hogere inkomsten uit bouwleges. Doordat grotere bouwaanvragen het meeste opbrengen (leges zijn gerelateerd aan de bouwsom), zijn de inkomsten uit bouwleges in grote mate afhankelijk van een relatief klein aantal bouwaanvragen. Omdat we vóór de zomer dachten de taakstelling niet te kunnen halen, hebben we in de Zomernota een nadeel gemeld van bijna 9 ton. In de tweede helft van 2016 zagen we echter een toename van de grote bouwaanvragen. Dit heeft weer geleid tot een voordeel van 8 ton, waarmee het eerdere nadeel teniet is gedaan.
Een ander voordeel lag bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De ODRN is overgegaan naar productfinanciering. Hoewel het financiële effect lang onzeker was, is de Nijmeegse bijdrage aan de dienstverlening van de ODRN ongeveer € 0,5 miljoen lager uitgevallen.

Bij Grondbeleid liet de Voortgangsrapportage Grote Projecten (VGP) in maart 2017 (per saldo) nog een verlaging van de voorzieningen zien van ruim € 17 miljoen. Positief was dat we op basis van nieuwe ramingen van de Waalsprong (+ 8,5 mln) en het Waalfront (+ 6 mln) onze verliesvoorzieningen konden verlagen. Bij het Waalfront was dit te danken aan het bereiken van een onderhandelingsakkoord met de bouwpartner. Daarentegen moesten de verliesvoorzieningen worden opgehoogd voor Bergerden (- 1,3 miljoen met oog op liquidatie) en Onderwijshuisvesting (- 3,9 miljoen door nieuwe locaties te herontwikkelen en kostenafwijkingen). Naast deze effecten van per saldo ongeveer € 10 miljoen, leidden wijzigingen in verslaggevingsregels in een afname van de verliesvoorzieningen met € 7 miljoen. Dit laatste ontstond doordat de rentetoevoeging aan de verliesvoorzieningen niet meer op de grondexploitaties mag drukken. Dit verlicht de grondexploitaties, waardoor er nu een voordeel ontstond. Keerzijde hiervan is dat in komende jaren deze rentelasten ten laste van de saldireserve komen. Dit effect was al aangekondigd in de voorgaande VGP. Doordat besluitvorming heeft plaatsgevonden via het vaststellen van het VGP is dit (positieve) resultaat direct in onze saldireserve gestort. Daardoor zien we het VGP-resultaat niet expliciet terug in het programma- en jaarrekeningresultaat.
Zoals bovenstaand toegelicht bij het totaalbeeld hebben recente ontwikkelingen in de Waalsprong alsnog geleid tot een nadeel van € 14,7 miljoen. Dit nadeel werkt wél door in het programma- en jaarrekeningresultaat.

Bij Bestuur & Middelen zijn het Gemeentefonds,  de gemeentelijke belastingen en andere posten opgenomen die we niet aan de beleidsinhoudelijke programma’s hebben toegewezen. Op dit programma is € 0,3 miljoen meer binnengekomen dan begroot. Dit is het saldo van meerdere voor- en nadelen.
Positief is dat de decembercirculaire van het Gemeentefonds een voordeel bracht van € 0,9 miljoen. Ook heeft ons aandeel in de DAR NV een extra winstuitkering van € 0,5 miljoen opgeleverd en konden ‘geparkeerde’ subsidiegelden van € 1 miljoen vrijvallen na een afrekening.
Daar staat tegenover dat we op onze afdelingskosten 2016 een tekort van € 2,2 miljoen hebben. In de nota Slotwijzigingen is hiervan al een bedrag meegenomen van € 1,5 miljoen. Bij het opstellen van de Stadsrekening is gebleken, dat het dekkingstekort € 0,7 miljoen hoger is dan waar we bij de Slotwijzigingen vanuit gingen. De hogere kosten bij de jaarrekening zijn veroorzaakt door een hogere pensioenvoorziening voor wethouders.
Het BBV schrijft ons voor dat we de overhead via een afzonderlijk programma in beeld moeten gaan brengen. Deze wijziging maakt dat we de toerekeningssytematiek van onze overhead nog eens goed tegen het licht moeten houden. In de zomernota komen we met voorstellen die de opgetreden tekorten moeten oplossen.
Over het algemeen blijken we voorzichtig en behoedzaam te begroten. Dit leidde in het verleden in de Stadsrekening tot voordelen bij de beleidsinhoudelijke programma’s en daarmee een positief jaarrekeningresultaat. Om niet onnodig te snijden in onze begroting is er vanaf 2010 een stelpost van € 1,8 miljoen opgenomen dat vooruit loopt op een positief rekeningresultaat. Dit jaar zien we, net als vorig jaar, dat op het laatste moment het resultaat negatief wordt bijgesteld vanwege ontwikkelingen binnen onze grondexploitaties. Doordat dit het tweede jaar op rij is dat we sluiten met een nadelig jaarrekeningresultaat gaan we de stelpost opnieuw afwegen. Dit zullen we doen bij de Zomernota. Het op grond van ervaring centraal opnemen van niet op voorhand aanwijsbare meevallers in de uitgaven, leidt in de Stadsrekening standaard tot een ‘nadeel’ bij Bestuur & Middelen. In combinatie met andere stelposten, leiden stelposten per saldo tot een nadeel van € 1,5 miljoen.