Stadsrekening 2016
PCPortal

 

In de kadernota zijn de in rekening en begroting op te nemen kengetallen benoemd.
Om goed inzicht te bieden clusteren we de financiële kengetallen naar 6 (financiële) gebieden. Deze financiële gebieden kennen een nauwe samenhang met de voorgeschreven paragrafen en de algemene financiële toelichting op de begroting c.q. rekening.
De financiële gebieden en kengetallen zijn hieronder opgenomen. Bij de (financiële) gebieden is aangeven in welk onderdeel van begroting en jaarverslag dieper wordt ingegaan op het onderwerp. De voorgeschreven kengetallen die opgenomen zijn in het BBV zijn te herkennen door het kenmerk BBV. De provincie Gelderland heeft één kengetal toegevoegd, deze is te herkennen door de toevoeging provincie. De andere kengetallen zijn eigen kengetallen. Bij de waardering van de kengetallen hebben wij ons over het algemeen gebaseerd op de beoordelingsmatrix van de provincie en bij het weerstandsvermogen hebben we de Nijmeegse 1 op 1 norm aangehouden. De kwalificering wordt eventueel gevisualiseerd met de kleuren groen (voor goed), oranje (voor neutraal) en rood (voor risicovol).
In de oorspronkelijke gedachte van de vernieuwing van de BBV worden de kengetallen door de Raad en het College intern genormeerd

Structurele exploitatieruimte

Rekening 2015

begroting 2016

Realisatie 2016

2020

Meerjarig sluitend (provincie)

ja

ja

Structurele exploitatieruimte (BBV)

-0,5%

-0,4%

-1.5%

Structurele exploitatieruimte laatste jaar MJB(Provincie)

1,6%

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.Op het moment dat tegenover structurele lasten incidentele baten staan, ontstaat er op enig moment een probleem in de begroting. Dit kengetal laat zien of dit het geval is. Wanneer de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten dan is het kengetal groter dan 0, wanneer het kengetal kleiner is dan 0 dan kan dit duiden op een potentieel probleem.
Voor de jaarrekening is volgens de BBV de realisatie 2016 in vergelijking met begroting en rekening vorig jaar voorgeschreven als kengetal. Aangezien een doorkijk naar de komende jaren in dit kader meer inzicht geeft, heeft de provincie een extra kengetal opgenomen waarin het kengetal wordt berekend vanuit de laatste jaarschijf van de meerjarenbegroting: structurele exploitatieruimte laatste jaar in begroting.
Hoewel het een begrotingskengetal is, is om deze reden tevens het laatste begrotingsjaar uit de meerjarenbegroting 2017-2020 opgenomen.

Weerstandsvermogen

Rekening 2015

begroting 2016

Rekening 2016

2020

Weerstandsvermogen versus risicoprofiel

0,7

2,2

1,9

1,8

Er zijn geen wettelijk voorgeschreven kengetallen voor risico’s en weerstandsvermogen. Achterliggende reden hiervoor is dat gemeenten verschillend met deze begrippen omgaan.
Binnen de gemeente Nijmegen hebben juist het weerstandsvermogen en de risico’s een prominente plek in de financiële sturing. Dit is ook de reden dat het kengetal Vrije weerstandsvermogen versus risicoprofiel is opgenomen. De vastgestelde norm is een 1-op 1 verhouding. Wanneer de verhouding groter dan 1 wordt, is het kengetal goed.

Grondexploitaties

Rekening 2015

begroting 2016

Rekening 2016

Kengetal grondexploitatie (BBV)

0,48

0,46

0,43

Voor de grondexploitatie is één kengetal voorgeschreven: Kengetal grondexploitaties BBV. Dit kengetal laat zien hoe groot de grondpositie (= boekwaarde van alle gronden) is ten opzichte van de baten in de programmabegroting. Hiermee ontstaat vooral een vergelijkingsgetal met andere gemeenten Een hoge boekwaarde betekent dat er nog veel gronden bouwrijp gemaakt en verkocht moeten worden. De afgelopen crisis heeft ons geleerd dat daar grote risico’s aan verbonden zijn.
We kwalificeren dit kengetal zeer zeker als risicovol. Onze grondpositie is hoog,  er is nog veel te ontwikkelen en te verkopen. Helaas kunnen we op korte termijn dit kengetal moeilijk verlagen.  Vanuit de huidige GREX-en verwachten we dat dit kengetal in 2024 lager is dan 0,35 en in 2027 lager dan 0,2 is. Bij die waarden vallen we volgens de provincie in minder risicovolle categorieën (zie provinciale categorie indeling verderop in deze paragraaf).

Schulden

rekening
2015

begroting 2016

rekening 2016

Netto schuldquote (BBV)

96

94

90

Netto schuldquote exclusief uitgeleend geld (BBV)

84

84

80

Solvabiliteit (BBV)

8%

7%

7%

Voor de schuldpositie zijn 3 kengetallen voorgeschreven. Twee relateren de schulden aan de omvang van de begroting: de netto schuldquote. De derde geeft een verhoudingsgetal tussen het eigen en vreemd vermogen: de solvabiliteit.
De achtergrond van de netto schuldquote is dat de schuld de exploitatie belast met rente, hoe hoger de schuld, hoe meer rentelasten. Wanneer de rente gaat stijgen drukken de rentelasten zwaarder op de exploitatie. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote wordt voor overheden in het algemeen 130% aangehouden. Komt de schuld daarboven dan is de kans reëel dat bij rentestijging de betreffende overheid in een schuldenspiraal terecht komt: er moet geleend worden om de rentelasten te kunnen betalen.
Voor een goede interpretatie van deze kengetallen is het nodig om te weten waarvoor geleend is. Het voorgeschreven kengetal netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen doet dit door rekening te houden met leningen die verstrekt zijn aan derden.
Het derde kengetal voor de schuldpositie is de solvabiliteit. Dit getal geeft de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen aan.

Over het solvabiliteitspercentage kan enig discussie gevoerd worden. De berekening is heel sec de verhouding tussen twee balansgetallen. Maar de inhoud van die getallen komen hierbij niet aan de orde. Nijmegen heeft bijvoorbeeld in het verleden voor 58 miljoen aan onderhoudsinvesteringen afgeboekt door inzet van een reserve. Gevolg van die actie is dat er geen lasten meer in de begroting staan voor die investeringen, onze feitelijke financiële positie niet anders is geworden, maar wel een verlaging van het solvabiliteitsratio heeft veroorzaakt. Welke argumenten tellen dan bij een dergelijke afweging? Ruimte in de begroting creëren of een handhaven van een solvabiliteitsratio? Vandaar dat we geen waardeoordeel hebben gegeven aan deze ratio.

Lokale lasten

rekening
2015

begroting 2016

Rekening 2016

Lokale lasten (inwoners) (BBV)

101

102

102

OZB tarief bedrijven

181

191

191

huurders

36

26

26

Voor de lokale lasten is er één kengetal voorgeschreven: Lokale lasten inwoner eigenaar gebruiker. Het betreft hier de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing die een eigenaar/ gebruiker van een woning in Nijmegen gemiddeld betaalt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het voorgaand jaar.
De financiële achtergrond van dit kengetal is dat wanneer er laag wordt gescoord ten opzichte van het gemiddelde er ruimte is om de lokale lasten te verhogen: er is ruimte in de lokale lasten om eventuele financieel “onheil” op te vangen.
Om een volledig beeld van de lokale lastendruk te schetsen zijn er twee andere kengetallen opgenomen:
de lokale lasten inwoner huurder en een kengetal Bedrijven (OZB tarief).
Het kengetal Lokale lasten inwoner huurder geeft aan hoeveel een inwoner/huurder in Nijmegen betaalt ten opzichte van het gemiddelde van vorig jaar in Nederland. Het kengetal Bedrijven (OZB tarief) geeft de hoogte van het gecombineerde OZB tarief aan, dit is de optelling van het eigenaren en gebruikersdeel, ten opzichte van het gemiddelde in Nederland van vorig jaar.

Onderhoudsbudgetten

rekening
2015

begroting 2016

rekening 2016

toereikendheid onderhoudsbudgetten

v

v

v

Het niet op orde zijn van het onderhoud kan leiden tot achterstallig onderhoud. Achterstallig onderhoud is een situatie waarbij er extra schade is ontstaan vanwege onvoldoende onderhoud en er in enig jaar een fors beroep moet worden gedaan op financiële middelen om de schade te herstellen. Het kengetal toereikende onderhoudsbudgetten geeft aan in hoeverre de begrote middelen voor onderhoud toereikend zijn voor het regulier onderhoud en daarmee achterstallig onderhoud kan worden voorkomen.
Het kengetal is voldoende wanneer in de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen er geen sprake is van achterstallige onderhoud.

Provinciale categorie indeling

De provincie gebruikt voor de uitkomsten van de kengetallen drie categorieën. Deze categorieën zijn door de provincie niet gekwalificeerd wel geeft de provincie aan dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1.

Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

b. met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2.

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3.

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4.

Structurele exploitatieruimte

Begr én MJR >0%

Begr of MJR >0%

Begr én MJR <0%

5.

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%