Stadsrekening 2016
PCPortal

Bij risico's maken we onderscheid in planexploitatierisico's en programmarisico's, waarbij deze laatste categorie nu gesplitst wordt in de categorie risico's zorg en Welzijn en overige programmarisico's.
Er is een risico wat nog niet financieel vertaald wordt, maar wel betrekking heeft zowel op de programma als de grondexploitatierisico's, namelijk het Vpb risico. Om die reden wordt  hier afzonderlijk aandacht aan besteed..

Vennootschapsbelasting
Met ingang van 2016 zijn gemeenten Vpb plichtig. Onze gemeente heeft het nodige onderzoek gedaan naar de verplichtingen die hier mee samenhangen. Op de eerste plaats moest beoordeeld worden of de gemeente door de ondernemerspoort komt. Daarvoor wordt gekeken naar de activiteiten die mogelijkerwijs winst met zich meebrengen. Conclusie uit deze onderzoeken was dat noch de parkeervoorzieningen, noch de vastgoedtak , noch de activiteiten van het  ontwikkelbedrijf door de ondernemerspoort komen. De resultaten van deze onderzoeken worden aan de fiscus voorgelegd om tot afstemming te komen over de gehanteerde uitgangspunten. Aangezien het een nieuw fenomeen is voor gemeenten, is er veel overleg geweest over de beoordelingswijze. Het blijkt dat er ook nu nog discussie bestaat over de spelregels die gehanteerd moeten worden. Zolang de afstemming met de fiscus nog niet geleid heeft tot overeenstemming, moet er rekening worden gehouden met het risico dat een bedrijfsonderdeel wel door de ondernemerspoort komt. Dat wil nog niet direct zeggen dat er een Vpb schuld ontstaat, maar wel de verplichting om de administratie zodanig in te richten dat een eventuele  Vpb plicht hieruit af te leiden is.

Zorg en Welzijn

We hebben bij de stadsbegroting 2017-2020 naar de risico’s Zorg en Welzijn gekeken en kwamen we tot een risico-inschatting van netto € 2,6 miljoen. Nu komen we op een inschatting van € 6,2 miljoen, een toename van € 3,6 miljoen. Deze toename komt voor € 2,1 miljoen door een verlaging van het rijksbudget Jeugd en Wmo en verder vooral door een verwachte volumegroei van ambulante begeleiding en dagbesteding bij Jeugd en de Wmo.

Onderstaande tabel laat het risico bij de stadsbegroting 2017-2020 en het bijgestelde risico zien:

bedragen * € 1.000

Risico’s Zorg en Welzijn

Risico stand
Stadsbegroting 2017-2020

Risico stand
Jaarrekening 2016 voor het jaar 2017

Jeugd

1.120

3.000

Wmo

0

2.500

Beschermd Wonen

760

0

Publieke gezondheid

550

550

Maatschappelijke opvang

195

195

Totaal

2.625

6.245

De stand van de reserve eind 2016 is € 11.692.000 en daarmee ruim voldoende om de risico’s zoals nu geïdentificeerd zijn op te vangen.
Besloten is de transformatieagenda te bekostigen uit de  reserve en in onderstaand overzicht is een doorkijk gemaakt voor de komende jaren over de stand van de reserve.

Stand reserves Jeugd, Wmo en Beschermd Wonen

2017

2018

2019

beginstand˟

11.692

13.955

12.461

Tijdelijke uitbreiding SWT's en Stips (BW-01505)

-458

Transformatieagenda (BW-01550)

-1.931

-1.494

-297

winstbestemmingsvoorstel

4.652*

nieuwe stand

13.955

12.461

12.164

˟ Onder voorbehoud van goedkeuring winstbestemming door de raad.

Uit dit overzicht blijkt dat we de risico’s van € 6,2 miljoen in 2017 kunnen dekken uit de reserves.
We verwachten dat een aantal van deze risico’s meerjarig zal zijn waardoor ook in 2018 ev mogelijk een beroep op de reserves gedaan zal moeten worden.
Overigens is bij het instellen van deze reserves afgesproken dat deze reserves in ieder geval tot het einde van deze coalitieperiode blijven bestaan. Als de omstandigheden daarom vragen zal tijdig opnieuw een afweging worden gemaakt tussen nut en noodzaak. Bij de Zomernota wordt verkend of we de gereserveerde gelden breder kunnen inzetten binnen het sociale domein.

Planexploitatierisico's

Onderstaand zijn de planexploitatierisico's weergegeven tegen netto contante waarde. Dat betekent dat alle risico’s, met de vastgestelde grondexploitaties als financiële basis, zijn bepaald naar de huidige inzichten. De omvang van het risico zoals hier gepresenteerd, is de uitkomst van de omvang van het risico gecombineerd met de verwachte kans/bandbreedte.
De risico's  zoals opgenomen in het in maart jl vastgestelde VGP. (Voortgangsrapportage Grote Projecten) zijn daar uitgebreid in ogenschouw genomen, evenals de (niet openbare)  risico’s. Hier wordt dan ook volstaan met een opsomming van de totale risico's en een samenvatting. De afwijking tussen stadsrekening en VGP is veroorzaakt door een verlaging van het risicoprofiel in de Waalsprong. Voornamelijk omdat we voor  Ressen fase 2 op dit moment inschatten  dat de realisatie van dit gebied als werklocatie niet haalbaar is.Voor de planexploitatie Waalsprong is een extra verlies van € 13,8 miljoen berekend, waarvoor een voorziening moet worden getroffen. De bestaande hiermee samenhangende risico's van € 10,3  miljoen kunnen dan ook vervallen.
Na de risico-inventarisatie zijn de geïdentificeerde risico’s ook in de tijd uitgezet en in een tabel opgenomen. Volgens afspraken met uw Raad worden deze beide systemen naast elkaar gepresenteerd in deze stadsrekening.

Project  Risicoprofiel * € 1.000

VGP februari 2017

Stadsrekening 2016

Stadsbegroting 2017-2020

Waalsprong totaal

74.700

64.400

61.200

Onderwijshuisvesting

3.307

3.307

3.320

Hezelpoort parkeergarage

1.588

1.588

1.639

Dennenstraat Talent Centraal

224

224

358

Don Jon

388

388

362

Bastei

305

305

375

Overige projecten

7.066

7.066

4.834

Waalfront

3.634

3.634

9.823

Bergerden

0

0

1.342

Dempingsfactor

10%

10%

10%

Totaal

82.091

72.821

74.928

Onderstaand zijn de risico's in de tijd uitgezet vermeld. Opgemerkt wordt nog dat overeenkomstig de afspraken bij de nieuwe kadernota bij het uitzetten in de tijd, de dempingsfactor van 10% achterwege is gelaten. Hierbij zijn de eerste jaren in jaarschijven weergegeven en na 2021 de risico's die tot en met 2033 lopen. Voor overige projecten is het laatste risicojaar 2022. Voor Waalsprong geldt als laatste jaar 2033 en voor Waalfront is het laatste risicobedrag in 2030 opgenomen. Bij deze risico's is de rentecomponent nog niet opgenomen. Hiermee is in het risicoprofiel in de grafiek in (sub)paragraaf weerstandsvermogen  wel rekening gehouden.

Project

totaal risico

2017

2018

2019

2020

2021

latere jaren

Waalsprong

64.400

19.034

6.388

4.551

4.571

3.492

26.364

Waalfront

3.634

496

156

230

68

-47

2.732

De Bastei

305

248

58

0

0

0

0

Dennenstraat

224

87

137

0

0

0

0

Donjon

387

303

84

0

0

0

0

Hezelpoort

1.588

525

0

63

1.000

0

0

Onderwijs

3.307

920

1.020

1.106

217

45

0

Overige projecten

7.066

621

466

2.108

155

78

3.639

Totaal

         80.912

     22.233

       8.308

       8.057

       6.011

       3.567

     32.735

Het totale risicoprofiel van het programma Grondbeleid is gedaald met ca € 2 miljoen t.o.v. de Stadsbegroting 2017-2020.  De omvang van de risico’s bij het programma grondbeleid zijn een resultante van de omvang van het risico maal de verwachte kans van optreden. Bij grotere projecten wordt hierbij een zogenaamde Monte Carlo simulatie gehanteerd waarbij een zekerheid van 80% bepalend is voor de hoogte van de risicoreservering.

Waalsprong 
Ten opzichte van de Stadsbegroting 2017-2020 is het risico Waalsprong toegenomen. Er is sprake van een toename van het risicoprofiel van de Waalsprong van € 61,2 miljoen in de stadsbegroting 2017‐2020 naar € 64,4 miljoen in de stadsrekening 2016. In het VGP 2017 werd nog uitgegaan van een risicoprofiel van € 74,7 miljoen. Na het VGP is het concept RPW beschikbaar gekomen en lopende het onderzoek hiernaar hebben we de inschatting gemaakt dat Ressen 2 niet meer ontwikkeld wordt. Door deze Waalsprongontwikkelingen hebben we een extra verliesvoorziening , na het VGP, moeten treffen van € 13,8 miljoen en kon het risico daardoor verlaagd worden met € 10,3 miljoen.
Ten tijde van het VGP is voor de Waalsprong een MC-analyse gemaakt waarbij de uitkomst bij 80% zekerheid een waarde gaf van € 96,6 miljoen. Het af te dekken risicoprofiel bedroeg € 74,7 miljoen, rekening houdend met de getroffen voorziening voor het project. De toename van het risicoprofiel werd voor het grootste deel veroorzaakt door de risico’s bij de bedrijventerreinen (onzekerheid over de regionale programmering in het kader van de Regionale Programmering Werklocaties; maar ook specifieke kosten zoals bijvoorbeeld archeologie, bodemsanering, etc).  Voor deze risico's is dan ook na het vaststellen van het VGP met vernieuwde inzichten een extra verliesvoorziening getroffen. Ook zijn er risico’s verbonden aan de fasering van de realisatie van de Waalsprong (worden opbrengsten op tijd gehaald?) en de ontwikkeling van de kosten van bouw- en woonrijpmaken, opbrengsten (grondprijsontwikkeling op termijn, mate van verdichting, omvang programma niet-woningbouw, etc.).

Waalfront
De risico’s voor het project Waalfront zijn afgenomen tot € 3,6 miljoen door de grex 2017. Risico’s zijn afgenomen door zekerheid voor de grex Waalfront over met name de inbrengwaarde Slachthuis, subsidies, inbreng gemeentelijk bezit, bijdrage OZB, bijdrage stadsbegroting.

Bastei
Voor de Bastei is er een risico dat de vertraging van het bouwproces door de inpassing van archeologische vondsten zullen leiden tot extra kosten om de overlast en schade voor de omgeving te beperken. Ook zijn er risico’s verbonden aan de bouwkosten en de archeologische kosten. Aan de kant van opbrengsten zit er een risico door een mogelijk lagere subsidievaststelling bij de eindverantwoording. Het risico voor de Bastei is ingeschat op € 0,3 miljoen.

Dennenstraat
De planexploitatie Dennenstraat bevat risico’s op het vlak van de beheersing van de bouwkosten (tijdens de realisatie), fiscale risico’s (BTW), het verloop van de aanbesteding, vaststelling subsidie bij eindverantwoording. Het risico voor de Dennenstraat is ingeschat op 0,22 miljoen.

Don Jon en Valkhofpark
Voor het project Donjon en Valkhofpark zijn er risico’s verbonden aan de mogelijke teruggave van het ontwerp en de uitvoering van de herinrichting van het park. Ook is er een risico dat de grondopbrengsten niet worden gehaald door de onzekerheid over de realisatie van de Donjon. Het totale risico voor het project is ingeschat op € 0,4 miljoen.

Onderwijshuisvesting 
Voor het project Onderwijshuisvesting zijn er risico’s verbonden aan de fasering van het project (als gevolg van te doorlopen procedures en de afzet bij marktpartijen van ontwikkellocaties). Ook op het gebied van kosten zijn er risico’s door de mogelijke aanwezigheid van asbest, inrichting openbare ruimte, nog niet voorzien aanbod scholen. De belangrijkste risico’s zijn binnen deze grondexploitatie verbonden aan mogelijk lagere opbrengsten bij de verkoop van bestaande herontwikkellocaties als Berg en Dalseweg, Streekweg en andere locaties. Het totale risico van de grondexploitatie Onderwijshuisvesting bedraagt € 3,3 miljoen.
.
Hezelpoort
Voor het project Hezelpoort doen zich risico’s voor op het vlak van de bouwkosten van de te realiseren parkeervoorziening, ruimen van niet gesprongen explosieven, de hoogte van de grondopbrengsten voor de woningen. Het totale risico bedraagt € 1,6 miljoen.

Bijsterhuizen
Tegenover deze risico‐ontwikkeling staat een winstverwachting Bijsterhuizen van in totaal ca € 12 miljoen.
Deze verwachting zal eveneens bij de ontwikkeling van het weerstandsvermogen betrokken
worden.

programmarisico's (excl Zorg en Welzijn)

De risico inventarisatie in ons risicomanagementsysteem hebben we geactualiseerd. Deze inventarisatie heeft 66 geïdentificeerde risico's opgeleverd die  die voldoen aan de afgesproken criteria:

  • risico’s met grote financiële gevolgen,
  • waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente nog niet instaat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen om de kans of het gevolg van het risico terug te dringen.

Risico’s die al zijn afgedekt door maatregelen laten we buiten beschouwing. Hierbij beschouwen we de bestemmingsreserves Zorg en Welzijn als maatregel ter dekking van risico's ter zake en nemen deze risico's dan ook niet mee. Het deel van financiële risico’s dat is afgedekt door verzekeringen laten we eveneens buiten beschouwing.

Hieronder geven we de top‐10 met de belangrijkste risico’s. In de eerste kolom geven we een korte omschrijving van het risico. Daarnaast geven we het maximale bedrag dat het risico als nadeel in de begroting tot gevolg kan hebben.
Onder ‘kans’ schatten we hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De cijfers in deze twee kolommen kunnen niet zomaar vermenigvuldigd worden. Op basis van de geschatte kans en van het maximale bedrag voert Naris een statistische analyse uit, waarmee wij kunnen beoordelen of ons weerstandsvermogen toereikend is om met een redelijke zekerheid deze risico’s op te kunnen vangen.
Als een risico zich daadwerkelijk voordoet, dan zullen we eerst de directe effecten in de lopende begroting proberen op te vangen, alvorens een beroep te doen op de Saldireserve. Is er sprake van structurele effecten, dan zullen we in de volgende zomernota beleidsmaatregelen voor de nieuwe begrotingsperiode moeten voorstellen, om deze effecten op te vangen.

Risico’s gemeentelijke activiteiten exclusief Ontwikkelingsbedrijf en Zorg en Welzijn

maximaal
gevolg
* € 1 miljoen

kans
%

Aandeel in risico profiel

De afgelopen jaren is het tekort tussen de middelen die wij van het Rijk krijgen en de kosten die we maken voor BUIG flink opgelopen. Dit heeft er onder meer toe geleid dat we in de begroting vanaf 2017 rekening houden met een tekort van € 6 miljoen.
In 2016 is het bruto tekort opgelopen tot € 12 miljoen. Dit tekort wordt gedempt omdat wij gebruik kunnen maken van een vangnetregeling en een sleepnetregeling. Door deze regelingen en een tegemoetkoming voor instroom van statushouders is het uiteindelijk tekort in 2016 € 4,3 miljoen.
We gaan er vanuit dat bij het huidig beleid in 2017 er een tekort zal zijn in dezelfde orde als 2016. Echter, de vangnetregeling is in 2017 aangepast, waardoor ons eigenrisico maximaal bijna € 8,3 miljoen is. Vorig jaar hebben we aangekondigd dat we een voorstel gaan voorbereiden om de bijstandslasten en rijksinkomsten meerjarig in evenwicht te brengen. Natuurlijk zijn we hoopvol over de resultaten die het masterplan zal brengen, maar vinden het verstandig om een risico op te nemen van € 2,3 miljoen. Dit is het verschil tussen het tekort waarmee we in de begroting rekening houden (€ 6 miljoen)  en het eigen risico (€ 8,3 miljoen).

     2,3

  90

19,78%

De rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat het straatparkeren door gemeenten (casus van een andere gemeente) concurrentieverstorend is en een gemeente daarom als btw-ondernemer handelt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn slagboomparkeren en straatparkeren voor de modale consument dezelfde handelingen. Indien de gemeente voor het straatparkeren niet als btw-ondernemer wordt aangemerkt, leidt dat tot concurrentieverstoring, aldus de rechtbank. De betreffende gemeente procedeert over deze uitspraak. Als bepaald wordt dat straatparkeren geen ondernemersactiviteit is, dan kan dit ook effect hebben op de Vpb. Anders gezegd, met de huidige kennis is het waarschijnlijk dat straatparkeren gezien de voordelen die hier gerealiseerd worden onder de heffing Vpb gaat vallen.

2,3

50

10,93%

Het exploitatieresultaat van Museum het Valkhof over 2016 is negatief. Dit is het gevolg van de verbouwingsplannen die in 2015 zijn afgeblazen. Daarmee wordt verder ingeteerd op het eigen vermogen. Het maken van nieuwe verbouwingsplannen laat nog een financieel gat zien.

1,6

70

10,73%

Vanaf 2018 loopt zowel de rijksbijdrage Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) als de aanvulling hierop vanuit de in het bestuursakkoord G33 vastgelegde afspraken voor de voor- en vroegschool (VVE). Het streven van de staatssecretaris van OCW is om vanaf 2018 de middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid te verdelen op basis van de nieuwe bekostigingssystematiek. De financiële effecten hiervan zijn nog niet bekend; in het najaar van 2016 wordt de Kamer geïnformeerd.

   2,5

  30

7,08%

Huisvesting niet-doorgedecentraliseerd onderwijs blijft verantwoordelijkheid gemeente. De Verordening bij deze scholen is nog actief.

2.0

30

5,7%

Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat. Deze prognose is moeilijk 100% op realiteitswaarde in te schatten.

0,8

70

3,35%

De afgifte van bouwvergunningen, of de hoogte van de bouwsommen, loopt terug door veranderende wetgeving (bijv. meer vergunningsvrij) en daarnaast neemt de kans op bezwaar- en beroepschriften toe.

0,5

50

2,4%

Er treedt een natuurramp op wat leidt tot blokkades van wegen, overlast voor burgers, materiële schade voor de gemeente.

0,5

50

2,4%

Als gevolg van personele bezuinigingen bestaat het risico op frictiekosten. We baseren de hoogte van het risico op het aantal te bezuinigen fte in het komende jaar.

1,0

50

2,39%

ARN heeft onvoldoende aanvoer van afval, waardoor te lage omzet wordt gerealiseerd en verlies wordt geleden. Indien de door MARN aan ARN afgegeven garanties moeten worden aangesproken.

0,5

50

2,36%

Bij een zekerheidspercentage van 80% komt uit de Monte Carlo-simulaties  6,6 miljoen.  Dat is lager dan in de Stadsbegroting 2017 toen we op 7,6 miljoen uitkwamen bij 80%. Bij de Stadsbegroting 2018 voeren we weer een actualisatie uit van alle risico’s

risicoprofiel: Benodigde Weerstandscapaciteit

In Nijmegen kiezen we ervoor om de benodigde weerstandscapaciteit gelijk te laten zijn aan het risicoprofiel.
Het risicoprofiel bestaat uit de

  • Programmarisico’s: risicoprofiel op basis van Monte-Carlosimulatie over alle programmarisico’s
  • Grondexploitaties: op basis Monte-Carlosimulatie of eventueel andere geaccepteerde methode zoals een risico-matrix per GREX; de methode is afhankelijk van het karakter en complexiteit van de planexploitatie.

Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met 80% zekerheid. Dit is een keuze die de gemeente in de kadernota heeft gemaakt.

Toepassing van de  "oude" systematiek zou betekenen dat we nu een weerstandscapaciteit nodig hebben van   € 72,8 miljoen voor de grondexploitatierisico's en € 6,6 miljoen voor de programmarisico's, hetgeen totaal neerkomt op  € 79,4 miljoen.

In de nieuwe systematiek worden de risico's in de tijd uitgezet. Voor de programmarisico's heeft dit nauwelijks consequenties omdat deze risico's als a-structureel worden beschouwd en dus eenmalig meegenomen worden.Zijn deze risico's structureel dan zal een oplossing gezocht moeten worden voor  dekking van deze risico's. Wel kan het voorkomen dat een risico zich niet in 2017 voor kan doen, maar pas in een later jaar. Aangezien het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen gering is, is bij de programmarisico's gerekend met een gelijkblijvend risiconiveau vanaf 2017.
Voor planexploitatierisico's is gerekend met het tijdstip dat risico's zich voor kunnen doen en hierbij is gebruik gemaakt van de spelregels die in een afzonderlijke notitie aan uw raad zijn voorgelegd.
dit geeft het volgende risicobeeld:

risico's x € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2033

Planexploitatierisico's (excl rente)

22.233

8.308

8.057

6.011

3.567

5.496

4.652

4.477

18.150

planexploitatierisico's cumulatief (incl. rente)

22.233

31.305

40.552

48.039

53.178

60.681

67.592

74.604

123.117

programmarisico's

6.580

6.580

6.580

6.580

6.580

6.580

6.580

6.580

6.580

Totaal risicoprofiel per jaar

28.813

37.885

47.133

54.620

59.758

67.261

74.173

81.184

129.697

oude situatie

79.401

79.401

79.401

79.401

79.401

79.401

79.401

79.401

79.401

Bij de doorkijk weerstandsvermogen wordt het risicoprofiel afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. In het volgende deel gaan we in op de beschikbare weerstandscapaciteit: de saldireserve